29 mrt. 2006

Lente

De lente kwam maar niet, alleen oud geluid
Zoemde zwaar onze verstopte oren dicht.
Wij hospitaliseerden in het gesticht
Van de winterkou en kauwden op rauw kruid.

Vroeger waren er ijsbloemen op de ruit
Van ons slaapkamerraam en je tong plakte
Stroperig op de witte, glazen vlakte.
Vroeger stokte de kilte juist voor je huid.

Als de zon dan toch nog warmte gaat spreiden,
Zijn wij ongelovig en dwars, agnosten
Voor de hemelpoort, betalen de kosten

Voor de scepsis die wij blijven belijden.
Vroeger stond de lente gulzig te posten,
Wachtend op ons: wij waren te benijden.



C. Gijsen